Ksenia Galiaeva 15/09/01 – 04/11/01


De obsessie voor fotografie ontstond bij Ksenia Galiaeva (1976) vanuit de hunkering naar het vertellen over wie ik ben : “Shall I explain myself?” en “How come I am Here?” zijn steeds terugkerende zinsneden uit haar zelf geproduceerde boek dat onlangs in oplage verscheen tijdens de tentoonstelling “In the Mean Time” in de Appel, Amsterdam.

Met afwisselend zwart-wit, dan weer kleuren foto’s beschrijft zij flarden uit een ander leven; een leven dat zich “daar” afspeelt, in Pskov, haar geboorteplaats in Rusland. Door haar ogen zien we heimwee naar dierbare gezichten, naar weergaloze verten in het landschap, naar absurditeiten, naar een wereld waarin schoonheid van het moment soms even te voorschijn komt.

She became hooked on photography –Ksenia Galiaeva (1976)- because of an inner need to tell people about her self. “Shall I explain myself?” and “How come I am Here?” are repetitive sentences in her book, which recently came out on the occasion of the exhibition “In the Mean Time” in De Appel Foundation, Amsterdam.

As in an alternating rhyme, she memorizes with black and white and colour photographs another life; a life that is not here, but over there in Pskov, her birthplace in Russia. Through her eyes we see the nostalgia for her beloved ones, for the silent landscape, for odd situation, for a world where beauty sometimes occurs by itself.

Vanuit een weinig avontuurlijke opleiding, waarbij vooral vanuit de klassieke indeling tekenen, schilderen, beeldhouwen wordt gewerkt, schakelt Galiaeva pas over op fotografie als zij in 1995 de stap naar Nederland maakt. Met een gratis en voor niets gekregen Russische camera absorbeert zij de vertrouwde plekken en personen die zij achter zich laat. De kierende krakkemikkige camera en het soms overjarig filmmateriaal en de chemicaliën geven de foto’s een omfloerst uiterlijk, zijn bijna morsig en hebben vaak een ongebruikelijke kleur. Maar ook doe je vermoeden dat de gemoedstoestand van waaruit Galiaeva werkt doorslaggevend is voor het eindresultaat. In haar foto’s neemt zij niet de positie in van degene die observeert, of commentarieert; zij is niet de voyeur, die zich buiten het gefotografeerde bevindt, maar zij is onderdeel van de scène – Galiaeva is onlosmakelijk verbonden met hetgeen zij fotografeert. Met andere woorden –of zij nu vóór of achter de camera staat- wanneer zij bijvoorbeeld haar vrienden fotografeert in het vroege ochtend gloren na een lange nacht feesten is zij even hongerig, dorstig en dronken als de rest van de troep. Als zij op een late zomermiddag bij de rivier haar vrienden fotografeert, is zij even loom en lui als degene die haar hoofd te rusten legt op de tafel voor haar. Zij ís het witte paard dat ogenschijnlijk geheel onverwacht van rechts het beeld in komt lopen…

Galiaeva is niet zozeer de fotograaf die het medium tot in alle perfectie wil beheersen. Zij is eerder iemand die uitdrukking geeft aan gemoedstoestanden, sferen schets – veel meer een verteller, iemand die uitdrukking geeft aan haar bestaan.

Bij een welopgevoed Russisch meisje, hoort ook een gedegen invoering in de klassieke literatuur. Stendhal, maar vooral ook de grote Russen als Dostojewski en Poesjkin zijn haar helden. In de tentoonstelling bij Ellen de Bruijne Projects laat Galiaeva naast nieuw fotografisch werk, ook flarden tekst van Poesjkin een rol spelen.

Comments are closed.